De slag om Zuid-Limburg heeft nooit veel aandacht gekregen in de Nederlandse geschiedenisboeken.
Volgens Silvertant komt dat door de ligging van het gebied, ver van de Randstad.
De gevechten op de Grebbenberg en de bombardementen op Rotterdam werden altijd beschouwd als van nationaal belang.
Dat in tegenstelling tot de oorlog in de periferie.

De Duitse inval op 10 mei 1940 begint al vroeg in de ochtend.
Al voor de officiŽle oorlogsverklaring overschrijden Duitse militairen de Limburgse grens om cruciale doelen te veroveren.
De opzet van de Duitsers is om zo snel mogelijk de bruggen over de Maas in Maastricht in handen te krijgen.
Het leger wilde namelijk zo snel doorstoten naar noord-Frankrijk.

Het Nederlandse leger in Zuid-Limburg bood weerstand.
Allereerst in de kleine bunkers (kazematten) langs de vertragingslinie die dwars door de streek was getrokken, van Sittard naar Epen.
Daarna bij de bruggen over het Julianakanaal en de Maas.
De ongelijke strijd eindigde al 's ochtend 10 mei.
Maar niet voordat het Nederlandse leger de bruggen in Maastricht liet springen.
De Duitse opmars liep er een dag vertraging door op.

Het hele verhaal is te lezen in het boek Blitzkrieg over Zuid-Limburg van Jacquo Silvertant.